Bestuurlijke kwetsbaarheid
De AFM ziet dat transitieoverzichten inhoudelijk beter worden. Dat is een stap vooruit. Tegelijkertijd blijven structurele kwetsbaarheden bestaan. Verschillen tussen het oude en nieuwe stelsel krijgen nog te weinig uitleg. Compensatie blijft vaak impliciet, vooral voor gepensioneerden en slapers. En deelnemers missen houvast om de impact op hun eigen financiële situatie te begrijpen.
Dat zijn geen details. Dit zijn risico’s op voorzienbare teleurstellingen. En precies daar ligt bestuurlijke kwetsbaarheid.
Communicatie is onderdeel van besluitvorming
De pensioentransitie draait niet alleen om regels en systemen. Er wordt een fundamentele beweging gemaakt van collectieve beloftes naar individuele pensioenvermogens die meebewegen met rendement en risico. Dat heeft directe gevolgen. Uitkomsten worden persoonlijk en fluctuaties worden zichtbaar. Besluiten worden achteraf beoordeeld op effect, niet op intentie.
Daarom kan communicatie niet volgen op besluitvorming. Communicatie is onderdeel van het besluit zelf. Beleidskeuzes die je niet kunt uitleggen binnen een begrijpelijke vermogenscontext, houden bestuurlijk geen stand.
Informatie blijft niet hangen
Deelnemers bekijken hun pensioen steeds vaker in samenhang met hun totale financiële situatie. Pensioen voelt wordt meer en meer onderdeel van het eigen vermogen.
Blijft communicatie hangen in regelingstechniek, juridische uitleg of projecttaal, dan ontstaat afstand en onbegrip. De cijfers kloppen, maar de betekenis ontbreekt.
Informatie bereikt de deelnemers, maar blijft niet hangen. Dat laat zien dat bestuurlijke verantwoordelijkheid begint bij duiding. Zonder vermogenscontext begrijpen deelnemers niet wat risico, rendement en herverdeling voor hen betekenen. Zonder goede empathische klantreizen trouwens ook niet.
Kernproces
De AFM is helder: communicatie moet structureel zijn ingericht als kernproces. Verankerd in governance, besluitvorming en evaluatie. Ook na de transitie. Dat vraagt om vroege betrokkenheid van communicatieverantwoordelijken bij beleidskeuzes. Om expliciete aandacht voor deelnemersbegrip in besluitvorming. Om toetsing of communicatie dat leidt tot realistische verwachtingen. En om continue monitoring (en waar nodig verbeteren), ook na het invaren.
In de praktijk zien we communicatie nog te vaak als laatste stap. In een stelsel waarin risico’s directer bij deelnemers liggen, is dat niet houdbaar.
Gedragstoezicht
De AFM waarschuwt expliciet voor informatie die leidt tot voorzienbare teleurstellingen. Die ondermijnen het maatschappelijk draagvlak voor het nieuwe stelsel. Voor fondsbestuur vertaalt zich dat naar reputatierisico, verlies van vertrouwen, en meer druk vanuit verantwoording en klachten. Fluctuerende uitkomsten horen bij het stelsel. Onbegrepen uitkomsten niet. Verwachtingsmanagement is daarom niet alleen een communicatievraag, maar ook onderdeel van risicobeheersing.
De blik van de AFM reikt verder dan de transitiejaren. Vanaf 2029 krijgt gedragstoezicht een grotere rol. In een stelsel met individuele vermogens worden informatieverstrekking, keuzebegeleiding en financiële transparantie structureel belangrijker. De pensioentransitie kent dus geen eindpunt. De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor heldere en evenwichtige communicatie blijft alsook de verplichting om deze continu te blijven verbeteren en aanpassen aan de maatschappelijke en technologische context.
Een stevig fundament
De pensioentransitie maakt zichtbaar wat al langer speelt: bestuursbesluiten worden beoordeeld via het individuele pensioenvermogen. Dat vraagt om communicatie die niet alleen uitlegt wat er is besloten, maar helpt begrijpen wat het betekent. Wie deelnemerscommunicatie als kernproces inricht, versterkt niet alleen vertrouwen, maar ook bestuurlijke weerbaarheid.
Wie deelnemerscommunicatie structureel wil verankeren in governance, gedrag en vermogensinzicht, vraagt om een integrale aanpak waarin technologie en inhoud samenkomen, precies waar onze pensioensuite op is ingericht.